You are here: Home De kunstvisie van professor De Kat
Document Actions

De kunstvisie van professor De Kat

Het jaar 1955 bracht De Kat een aanstelling als hoogleraar schilderkunst aan de Rijksacademie, wat voor het eerst financiële onafhankelijkheid voor hem betekende. In de voorgaande jaren had hij zich als recensent van Het Vrije Volk en het Haarlems Dagblad ontwikkeld tot een fijnzinnig kunstcriticus. Zijn nieuwe werkomgeving bood hem de gelegenheid om zijn kunstvisie verder te verdiepen door de omgang met zijn collega’s en studenten. In De Kats kunstopvatting speelden vanaf het begin een drietal aspecten een belangrijke rol: trouw aan het ambacht, respect voor de traditie en het belang van een evenwichtige verhouding tussen ratio en emotie. Het belang dat hij hechtte aan deze elementen spreekt ook uit zijn werk. Hij geloofde niet in een kunst die, zoals Cobra, de vrije expressie predikte, maar prefereerde de weg van de geleidelijkheid.


Kachel, 1956













Zowel in zijn lessen als in zijn werk stonden de beeldmiddelen -vorm, kleur, compositie- centraal. Steeds was het natuurlijke gegeven voor hem het uitgangspunt voor een schilderij. Daarna abstraheerde hij volgens een enerzijds intuïtief, anderzijds verstandelijk proces de voorstelling, zonder naar volledige non-figuratie te streven. “Ik maak geen abstracte schilderijen”, verklaarde hij in 1984, “ik kan niet buiten de weerstand van het gegeven. Iets wat er niet is kan ik niet naar mijn wil veranderen”. De werkwijze van De Kat kenmerkt zich door een voorzichtig aftasten van de mogelijkheden die zijn onderwerp hem biedt. Het is een moeizaam verlopend proces dat uitmondt in een zorgvuldig afgewogen compositie. Alvorens hij een opzet maakte op doek onderzocht hij een onderwerp al schetsend. Aan de hand hiervan maakte hij een tekening op doek, waarbij toevallig neergekrabbelde lijnen in de compositie werden meegenomen. Vervolgens gaf hij met een dunne laag verf de toon aan. Dit stramien bood hem de mogelijkheid om vanuit het palet de voorstelling op te bouwen, rekening houdend met hoofdtoon, accenten en kleurcontrasten. Op deze manier ontstond een schilderij met een bepaald kleurenschema dat hij met een groeiend gevoel van vrijheid verder kon gaan uitwerken. In een schilderij als “Stilleven met vaas en judaspenning” komt zijn visie duidelijk tot uiting.


Stilleven met vaas en Judaspenning, 1986












De abstracte, schijnbaar spontane opzet overheerst, maar de compositie is na een langdurig destillatieproces tot stand gekomen. Deze omweg naar een vanzelfsprekend lijkende compositie voelde voor De Kat als een noodzaak. Zelf zei hij hierover: “Meermalen heb ik mij afgevraagd of ik niet van meet af aan de grote vrijheden kan veroorloven, die ik mijzelf toesta. Het antwoord luidt dan: nee. Mijn natuur is zo, dat ik mijn plaats eerst moet bepalen, mij moet binden, alvorens de vreugde van de bevrijding te kunnen genieten, soms tot de extase toe. Wat in mij leeft aan vreugde of aan vertwijfeling kan zich pas een uitweg banen als de grammaire geen belemmering meer biedt. Het gevoel hebben, iedere ingreep waar het werkstuk om vraagt uit te kunnen voeren omdat het op een solide fundament rust, dat is, althans voor mij, een noodzaak”.


Landschap Auvergne, 1976










De Kat was niet alleen een bedachtzaam kunstenaar die weloverwogen te werk ging, maar hechtte ook belang aan een persoonlijke en intieme onderwerpskeuze. Hij heeft vaak portretten vervaardigd van personen uit zijn directe leefomgeving, zijn landschappen zijn voornamelijk rondom het huis gesitueerd en de interieurstukken en stillevens worden gekenmerkt door eenvoud.


Stilleven met klaproosjes, 1981












Deze voorkeur voor het ongecompliceerde en het persoonlijke deelde hij met zijn grote voorbeeld Pierre Bonnard, voor wie hij zijn leven lang een grote bewondering koesterde.
De grootsheid van deze kunstenaar lag volgens De Kat in de aandacht voor het dagelijkse leven, het bescheiden gebaar, de ongekunstelde weergave van het intieme. “Deze intimiteit”, aldus De Kat in een recensie van een overzichtsexpositie van Bonnard, “die het kenmerk van alle schilderijen van Bonnard genoemd kan worden, is nooit huisbakken, want al deze bewegingen en onopvallende gebaren zijn altijd door alle mensen gemaakt en hebben in hun natuurlijkheid iets eeuwigs”.



Interieur met blauw-grijze fauteuil, 1973

Stoomboot op de Maas bij Luik, 1962












Voor inspiratie en voorbeelden ging De Kat ook graag te rade bij het werk van andere kunstenaars in wie hij een verwantschap voelde, zoals Édouard Vuillard, Paul Cézanne, Albert Marquet of Nicolas de Staël. De invloed van Marquet is het meest evident in de stadsgezichten die De Kat vervaardigde in Luik en Londen. In deze serie stadsgezichten paste hij een terughoudend kleurgebruik toe en vatte hij de vormen samen in brede contouren, een werkwijze die aan lijkt te sluiten bij die van Marquet.


Datum laatste wijziging: Feb 20, 2013 12:02 PM