You are here: Home De latere jaren
Document Actions

De latere jaren

De Kat bleef tot 1972 als hoogleraar schilderkunst verbonden aan de Rijksacademie. Zijn afscheid ging vergezeld van een publicatie met een inleiding van Hans Jaffé. In de jaren die volgden op zijn docentschap aan de academie ontwikkelde hij zich als kunstenaar steeds verder. In zijn persoonlijke leven vond intussen een aantal veranderingen plaats. Vanaf het moment dat De Kat zijn ambt aan de Rijksacademie had aanvaard, verslechterde het huwelijk met Hans van Zijl. Toen eenmaal bleek dat het niet langer stand kon houden, besloten ze uit elkaar te gaan. In 1963 volgde het onverwachte overlijden van Hans van Zijl. De Kat had enige tijd daarvoor de Deense textielkunstenares Dora de Kat-Dahl Madsen leren kennen, met wie hij het volgende jaar in het huwelijk zou treden. Zij woonde en werkte in Amsterdam en De Kat besloot om ook naar de hoofdstad te verhuizen.


Spoorbrug Haarlemmerplein Amsterdam, 1974












Voor hem brak nu een gelukkige periode in zijn leven aan, die nog meer kleur kreeg nadat het echtpaar een grote boerderij in Saint-Hippolyte had gekocht. Het liefelijke, heuvelachtige landschap in de Auvergne inspireerde De Kat tot vele schilderijen en tekeningen. Hij stileerde en abstraheerde het landschap in dit werk tot patronen van lijnen en kleuren, die met een opvallend gemak leken geschilderd. Met tegenzin moest hij dit zomerhuis verlaten, nadat hij in 1977 door een hersenbloeding was getroffen. Hij verruilde het idyllisch gelegen, maar moeilijk te bereiken, huis voor een oude boerderij in het dorp Le Grand Pressigny.


Landschap Touraine, 1987










Ook in deze omgeving van de Touraine schilderde De Kat veel, maar de streek en het huis konden hem minder bekoren dan het onderkomen en het landschap in de Auvergne. Na enkele jaren werd ook dit huis verkocht en ingewisseld voor een ruim buitenhuis in het Noord-Hollandse Twisk. De landschappen die De Kat in dit gebied vervaardigde, behoren tot de meest evocatieve uit zijn carrière. In deze schilderijen verwerkte hij de visuele waarneming van het polderlandschap, met zijn lage horizon en immense luchten, tot uitgewogen composities die in hun opbouw nog het meest aan het werk van De Staël doen denken. Hoewel hij in deze serie landschappen de volmaakte abstractie benaderde, bleef hij uiteindelijk trouw aan de figuratie, die voor hem altijd als uitgangspunt had gediend.


Polderlandschap, 1991










Het is dan ook niet verwonderlijk dat De Kat in 1975 betrokken was bij de oprichting en collectievorming van het Museum Henriëtte Polak in Zutphen. Het museum had van meet af aan de intentie om de moderne figuratieve kunst in Nederland te promoten. Het werk van De Kat, een van de belangrijkste pleitbezorgers van de figuratieve kunst, sluit goed aan bij de visie van het museum. Samen met het Frans Hals Museum bezit het de grootste openbare collectie schilderijen van De Kat.

Het echtpaar De Kat besloot in 1992 Amsterdam te verlaten en naar Laren te verhuizen. De Kat bleef er tot het eind van zijn leven wonen en, voor zover zijn verzwakte gezondheid het toeliet, werken. Hij voelde echter dat zijn afscheid naderde en trof de nodige maatregelen om zijn nalatenschap goed te regelen. Ook maakte hij een begin met de opruiming van zijn verzamelingen en persoonlijke archieven. Hij schonk in 1994 een deel van zijn archief, bestaande uit correspondentie, aantekeningen, foto’s en eigen geschriften aan het RKD. Op 30 april 1995 overleed hij in het Rosa Spierhuis te Laren. In het daaropvolgende jaar richtte zijn weduwe Dora de Kat de Stichting Otto B. de Kat op, die zijn artistieke erfenis beheert.


Stilleven, 1982









 


Datum laatste wijziging: Feb 20, 2013 12:16 PM